Toen de mechanische basis eenmaal grotendeels vastlag, kwam automatisch de volgende vraag: hoe gaan we dit enorme ding eigenlijk netjes afwerken?
Een printer van 1200 × 700 × 1050 mm kan technisch nog zo goed zijn, maar als je hem simpelweg dichtbouwt met een paar platen tegen een aluminium frame, ziet hij er al snel uit als een industriële kast.
Dat wilde ik voorkomen.
Aanvankelijk keek ik naar Dibond. Dat is strak, relatief licht en prijstechnisch interessant. Voor een paar grote panelen kom je verrassend redelijk uit. Alleen wilde ik ook rekening houden met de hoge kamertemperatuur, en daardoor ben ik verder gaan kijken naar compact HPL.
De huidige richting is wit HPL als basis, gecombineerd met vinyl voor kleur en branding.
Wat ik vooral mooi vind, is dat we niet per se een simpele rechthoekige doos hoeven te bouwen. Met geprinte hoek- en afwerkdelen kunnen de panelen net wat eleganter in elkaar overlopen en blijft het geheel ondanks het formaat visueel wat slanker.
Ook de voorzijde hoeft niet per se uit een klassiek aluminium deurframe te bestaan. Een heldere polycarbonaat deur lijkt op dit moment aantrekkelijker, juist omdat dat de voorkant rustiger houdt.
Daarnaast is duidelijk geworden dat goede interne verlichting belangrijk wordt. De kast wordt behoorlijk gesloten en de camera’s moeten ook onder alle omstandigheden goed beeld houden. Daar is inmiddels een leuk idee voor ontstaan waarbij de verlichting niet alleen functioneel is, maar ook iets met de actuele positie van bed en toolhead kan doen.
Dat werken we later verder uit.
Voor nu is vooral de richting duidelijk:
de printer moet niet alleen technisch een flinke stap vooruit zijn, maar er ook uitzien alsof hij als geheel ontworpen is.
Dus geen los frame met later wat panelen ertegenaan, maar vanaf het begin rekening houden met behuizing, deuren, kabelrouting, camera’s en verlichting.
Dat is misschien geen essentieel onderdeel van hoe hij print, maar bij een machine van dit formaat bepaalt het uiteindelijk wel voor een groot deel hoe geslaagd het hele project voelt.